Wet natuurbescherming en stikstofOpslag chemisch stoffen - BMD Zuid

Voor veel van onze klanten is de Wet Natuurbescherming en stikstof nog een onbekend terrein. Veel bedrijven hebben er over gehoord, maar zij hebben vaak nog geen vergunning in het kader van de Wet Natuurbescherming of ze weten niet dat ze vergunningplichtig zijn. Na de Raad van State uitspraak van eind mei 2019  waarin de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) werd afgeschoten, is ook de provincie Brabant nu druk bezig met het opzetten van Provinciaal beleid: de Brabantse Aanpak Stikstof. De beleidsregels die horen bij deze aanpak zijn op 10 december 2019 gepubliceerd, op basis van die beleidsregels is het mogelijk om vergunningen aan te vragen en te verlenen .

Aanwijsdatum natuurgebied

Als er nog geen natuurvergunning aanwezig is, vormt de aanwijsdatum van het natuurgebied het uitgangspunt voor de berekeningen. Is er eerder wel een vergunning afgegeven, dan geldt de datum van de afgegeven vergunning als uitgangspunt (referentie). De datum van aanwijzing Natura 2000 gebieden fluctueert van 29 oktober 1986 tot 14 december 2018. Als bedrijf moet je bij de aanvraag van een Natura 2000 vergunning dus aantonen dat er ten opzichte van de referentiedatum geen toename in stikstofdepositie ontstaat.
Wanneer de aanwijsdatum van het natuurgebied ver in het verleden ligt, kan dat lastig zijn. Vaak waren bedrijven op dat moment nog niet aanwezig, of hadden een lagere stikstofemissie dan nu. Zeker als bedrijven dichtbij een Natura 2000 gebied liggen, kan dit een groot probleem zijn. Als het bedrijf nog niet aanwezig was op het moment van aanwijzen, is de stikstofdepositie in de uitgangssituatie namelijk 0 mol. Dit betekent dat je toekomstige stikstofdepositie ook 0 moet zijn.

Intern salderen

Kun je niet aantoonbaar maken dat de stikstofdepositie niet toeneemt ten gevolge van de nieuwe activiteiten,  dan moet je intern salderen. Dat wil zeggen de interne processen zodanig aanpassen dat de stikstofemissie, en de daarmee samenhangende depositie, daalt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het gebruiken van elektrisch aangedreven machines in plaats van diesel aangedreven machines (bijvoorbeeld vorkheftrucks). Als intern salderen niet genoeg oplevert, is extern salderen een oplossing. Bij extern salderen moet men denken aan het aankopen van stikstofemissie van een ander bedrijf. Doordat op een andere locatie de stikstofemissie daalt of verdwijnt, levert dit ook een daling in totale stikstofdepositie in een natuurgebied op, wat ruimte geeft voor de toename in stikstofdepositie die jouw nieuwe activiteit  veroorzaakt.

Natuurvergunning

Een aantal bedrijven hebben daadwerkelijk een natuurvergunning aangevraagd, andere bedrijven hebben een zogenaamde PAS-melding ingediend en weer andere bedrijven die niet vergunnings- of meldingsplichtig zijn, waren alleen verplicht een berekening te bewaren waar dat uit op te maken is. Voor de laatste twee type bedrijven geldt nu dat zij geen natuurvergunning hebben en dus niet voldoen aan de Wet Natuurbescherming. Omdat bedrijven met een PAS-melding wel te goeder trouw hebben gehandeld, heeft de overheid op 16 december middels een Kamerbrief aangegeven dat deze situaties gelegaliseerd gaan worden. Voorwaarde daarbij is wel dat de activiteiten in die meldingen gerealiseerd zijn.

Tussen wal en schip

Bedrijven die niet vergunnings- of meldingsplichtig waren lijken hier tussen wal en schip te vallen. Ook zij hebben te goeder trouw gehandeld door een berekening op te stellen en te bewaren, maar over legalisatie van deze situaties wordt niet gesproken. De gerealiseerde PAS-meldingen vormen echter géén uitgangspunt voor het intern salderen, de legalisering biedt dus geen mogelijkheden voor bedrijven met uitbreidings- of wijzigingsplannen.

Drempelwaarde

In dezelfde Kamerbrief heeft men het voornemen uitgesproken voor het laten terugkeren van een drempelwaarde. Binnen de PAS was er een drempelwaarde van 0,05 mol, alle activiteiten met een lagere depositie waren niet vergunningplichtig. In plaats van een landelijke drempelwaarde wil men nu de mogelijkheden onderzoeken voor regionale drempelwaarden, bijvoorbeeld per natuurgebied.

Stikstofregistratiesysteem

Op 1 januari 2020 is een spoedwet aangenomen. Deze wet geeft de mogelijkheid om met een ministeriële regeling een drempelwaarde en/of een stikstofregistratiesysteem in te stellen. In de regeling behorende bij deze wet zijn onder andere regels opgenomen voor een stikstofregistratiesysteem. Dit systeem wordt gevuld met stikstofruimte die vrij is gekomen na maatregelen. Voor de korte termijn is dat enkel de ruimte die vrijkomt uit de snelheidsverlaging van de snelwegen. Op langere termijn komt daar ook de ruimte bij die vrijkomt na de warme sanering van de varkenshouderij. Maar dat gebeurt pas op het moment dat de varkens daadwerkelijk zijn afgevoerd van de betreffende bedrijven. De stikstofruimte in het registratiesysteem is niet volledig beschikbaar voor ontwikkelingen: 30% van de ruimte wordt teruggegeven aan de natuur. Van de vrijgekomen ruimte is dus maar 70% beschikbaar. Vooralsnog is deze ruimte enkel beschikbaar voor woningbouw en infrastructuur, bedrijven zijn dus voorlopig aangewezen op interne en externe saldering.

Beperkte mogelijkheden

Ondanks dat er hard wordt gewerkt aan nieuw beleid, zijn de mogelijkheden voor bedrijven zonder natuurvergunning beperkt. Met name bedrijven zonder natuurvergunning, maar met hoge stikstofemissies binnen een straal van enkele kilometers rondom natuurgebieden kampen met niet-vergunbare situaties. Een oplossing voor dit probleem vanuit het bevoegd gezag is voorlopig niet te verwachten. Misschien dat een rechterlijke uitspraak in de toekomst wel mogelijkheden biedt.

Wordt vervolgd in 2020

BMD Advies blijft u in 2020 op de hoogte houden van actuele informatie omtrent de PAS. Voor vragen of advies kunt u terecht bij Bas van Velthoven 06 50833017 of Anne Ter Beek 06 82608536 specialisten op het gebied van Milieu en Omgeving.

Gerelateerde berichten:

Aanpak stikstof eerste ervaringen mogelijkheden en hoe nu verder?

PAS Aerius Nederland op slot en wat nu?