Tijdelijke units als kantoor: wat zijn de regels?


Bij BMD Advies krijgen we regelmatig de vraag of voor het plaatsen en gebruiken van tijdelijke units een vergunning moet worden aangevraagd. Meestal komt deze vraag tijdig in het kader van de voorbereiding, maar soms is een inspectiebezoek van de gemeente of omgevingsdienst de aanleiding. In dit artikel geven we een aantal aandachtspunten aan, waarmee u als ondernemer rekening moet houden wanneer u tijdelijke bouwwerken wilt plaatsen. 

Door: Bas van Velthoven

Tijdelijke unitsTijdelijke units – veelvuldig toegepast

Tijdelijke units worden binnen bedrijven veelvuldig toegepast voor bijvoorbeeld kantooractiviteiten, de opslag van materialen of het organiseren van bijeenkomsten. Ook bij bouwprojecten binnen inrichtingen (bijvoorbeeld een bouwkeet) of bij industriële projecten in diverse branches als industrie en logistiek worden tijdelijke units vaak toegepast.
De Tijdelijke units worden veelal gebruikt door aannemers en voor het tijdelijk onderbrengen van eigen werknemers. Denk daarbij aan directie- en/of uitvoerdersketen of containers. Deze zijn over het algemeen verplaatsbaar en al dan niet in meerdere bouwlagen uitgevoerd. Ook portacabins en romneyloodsen voor het uitvoeren van werkzaamheden of de opslag van materialen, (opslag) tenten zijn voorbeelden.

Vergunning of vergunningvrij?

Met de komst van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) zijn er verschillende zaken gewijzigd met betrekking tot de vergunningplicht voor tijdelijke bouwwerken. Zo spreken we niet meer van een ‘bouw- en/of gebruiksvergunning’, maar van een ‘omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen en/of gebruiksmelding’. Ieder bouwwerk (ook een tent) van enige omvang en constructie, dat langer dan 31 dagen op enigerlei wijze op, aan of met de grond verbonden is, is vergunningplichtig, tenzij aantoonbaar is dat dit tijdelijke bouwwerk specifiek ten behoeve van een bouw- of onderhoudsproject staat opgesteld.

  1. Er zijn ook tijdelijke bouwwerken die vallen onder de vergunningvrije bouwmogelijkheden. Er zijn twee hoofdcategorieën:
    1. In de wetgeving is een categorie opgenomen waarin voor zowel de bouwactiviteit als de planologische gebruiksactiviteit geen vergunning nodig is. Dit is het vergunningvrij bouwen in afwijking van het bestemmingsplan (zogeheten artikel 2 bijlage II Bor gevallen).
  2. Bij de tweede categorie gaat het om de bouwactiviteit waarvoor geen vergunning nodig is. Dit is het vergunningvrij bouwen in overeenstemming met het bestemmingsplan (zogeheten artikel 3 bijlage. II Bor gevallen).

Vergunningvrij is dan ook zeker niet regelvrij. Ieder vergunningvrij (tijdelijk) bouwwerk:

  • moet voldoen aan alle geldende voorschriften uit het Bouwbesluit 2012;
  • mag niet in strijd zijn met de bouwverordening en;
  • kan onder dwang worden afgebroken, bijvoorbeeld wanneer het in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand (de excessenregeling in het welstandsbeleid).

Bestemmingsplan

Controleer vooraf ook of het bouwwerk past binnen het huidige bestemmingsplan of beheersverordening, ook als het tijdelijke bouwwerk vergunningvrij is voor bouwen. Afhankelijk van de regels uit het bestemmingsplan en de functie van het tijdelijke bouwwerk, is mogelijk toestemming nodig om het bouwwerk te mogen plaatsen. Het komt voor dat een project in strijd is met de bestemmingsplanregels, bijvoorbeeld als het beoogde gebruik van een tijdelijk bouwwerk niet overeenkomt met het bestemde gebruik c.q. doeleindenomschrijving van een bestemmingsplan. Of als een tijdelijk bouwwerk niet overeenkomt met de voorgeschreven bouwregels. In dat geval kan het zijn dat een omgevingsvergunning nodig is om af te wijken van het bestemmingsplan of de beheersverordening.

Relatie met de milieuvergunning of hetActiviteitenbesluit

Wat vaak vergeten wordt, is dat het bouwwerk veelal binnen een milieu-inrichting ligt en dat daarmee de inrichting (tijdelijk) wijzigt. In dat geval is het verstandig om vooraf te laten toetsen en/of met het bevoegd gezag af te stemmen of het noodzakelijk is om de vergunning hierop te wijzigen of een melding in het kader van het Activiteitenbesluit in te dienen. Vaak kan de vergunning gewijzigd worden met een korte procedure, de zogenaamde reguliere procedure uit de Wabo. Afhankelijk van de activiteiten kan het echter ook betekenen dat de uitgebreide procedure moet worden gevolgd. Dit hangt ook af van de functie van het tijdelijk bouwwerk. Wanneer er bijvoorbeeld (tijdelijk) milieu activiteiten plaatsvinden of goederen worden opgeslagen, kan het zijn dat hierop de milieuvergunning moet worden aangepast of dat een melding moet worden gedaan in het kader van het Activiteitenbesluit. Het is dus belangrijk om dit vooraf tijdig te (laten) beoordelen.
Ook dient rekening te worden gehouden met de aansluiting van afvoer voor afvalwater. Alle afvoeren van afvalwater moeten aangesloten worden op het rioleringsstelsel van het bedrijf of een mobiele septic tank. Er mag niet direct geloosd worden op het oppervlaktewater of in de bodem.

Ten slotte kan het zijn dat u, naar aanleiding van de gebruiksfunctie van het tijdelijk bouwwerk of het aantal personen dat in de ruimte aanwezig is, een gebruiksmelding moet indienen of een gebruiksvergunning moet aanvragen vanwege het brandveilig gebruik van het bouwwerk.

Bouwtechnische voorschriften voor tijdelijke bouw

Een bouwwerk mag geen gevaar opleveren voor bewoners, gebruikers en omgeving. Daarom heeft de overheid in het Bouwbesluit 2012 voorschriften voor veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu vastgelegd. Daarnaast kent het Bouwbesluit 2012 ook voorschriften van installatietechnische aard en, onder andere, brandveilig gebruik. Elk bouwwerk, dus ook een tijdelijk bouwwerk, moet voldoen aan de voorschriften vanuit het Bouwbesluit 2012. Met de standaardisatie van veel tijdelijke bouwwerken wordt hier meestal al aan voldaan. De meeste leveranciers kunnen de benodigde informatie aanleveren in de vorm van een tentboek of productspecificaties van de unit. Hierin zijn bijvoorbeeld bouwtekeningen opgenomen.

Brandveiligheid

Bij de keuze van de plaatsing van een tijdelijk bouwwerk is het belangrijk om rekening te houden met de eisen omtrent brandveiligheid. Daarbij gaat het niet alleen om de locatiekeuze, maar ook om de eisen aan het bouwwerk zelf. Als er sprake is van het mogelijk vrijkomen van een toxische of explosieve stof binnen het bedrijf waar een tijdelijk bouwwerk wordt geplaatst of bij een naburig bedrijf, zijn er geen eenduidige afstandscriteria aan te geven. Voor dergelijke gevallen wordt aanbevolen een veilige afstand in te schatten ten opzichte van alle potentiële risicobronnen, dus ook die van buurbedrijven, door middel van het (laten) verrichten van een risicoanalyse.
De eisen waar een tijdelijk bouwwerk aan moet voldoen, staan omschreven in het Bouwbesluit 2012. Het onderwerp brandveiligheid is in het Bouwbesluit 2012 verdeeld over drie hoofdstukken, namelijk 2, 6 en 7.

In hoofdstuk 2 staan de bouwkundige brandveiligheidsvoorzieningen voorgeschreven, zoals (sub)brandcompartimenten, vluchtroutes, materialisatie en brandveiligheidsvoorzieningen, etc. Voor iedere gebruiksfunctie is de maximaal toegestane oppervlakte vastgesteld.

Hoofdstuk 6 bevat voorschriften over installaties. Deze voorschriften hebben betrekking op de aanwezigheid, de kwaliteit, de plaats, de omvang, het gebruik, de controle en het onderhoud van installaties. Denk bijvoorbeeld aan voorschriften voor brandmeldinstallaties, vluchtrouteaanduiding, blustoestellen en brandslanghaspels.

Hoofdstuk 7 bevat bepalingen die betrekking hebben op het voorkomen van brandgevaar en ontwikkeling van brand. Het gaat onder meer om het veilig vluchten bij brand. Denk aan voorschriften voor aankleding, vastzetten zelfsluitende constructieonderdelen, deuren in vluchtroutes, opstelling zitplaatsen en verdere inrichting.

Voorkom problemen bij plaatsing

Hebt u plannen om op termijn tijdelijke units of ander bouwwerk te plaatsen, neem dan contact op met uw BMD-adviseur. Deze kan u ondersteunen bij de toetsing en aanvraag omgevingsvergunning indien dat nodig is. Dit voorkomt achteraf mogelijke problemen bij de plaatsing.

Bronnen:
Handreiking tijdelijke bouw, Vereniging van Verplaatsbare Accommodaties (VVVA) en de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland (VBWTN), november 2014;
Richtlijnen voor bedrijfseisen ten aanzien van constructie, plaatsing en inrichting van Tijdelijke Bouwwerken op bedrijfsterreinen, Deltalinqs, 25 februari 2013
Website Helpdesk bouwregels