Richtlijn PGS 31: Overige gevaarlijke vloeistoffen – de praktijk

PGS 31: 2018 Ervaringen uit de praktijk

In april 2018 is de richtlijn Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen 31 (PGS 31:2018) gepubliceerd. Toen berichtten we over u over de hoofdpunten uit de PGS 31, in dit artikel bespreken we de richtlijn nogmaals uitgebreid, maar dit keer vanuit de ervaring die onze adviseurs op hebben gedaan in de praktijk.

Opslag in ondergrondse en bovengrondse tankinstallaties

PGS 31 beschrijft de stand der techniek ten aanzien van arbeidsveiligheid, milieuveiligheid en brandveiligheid voor de drukloze, bovengrondse en ondergrondse opslag van gevaarlijke vloeibare stoffen en mengsels, in één of meer tanks. Onderwerpen die daarbij aan bod komen zijn het ontwerpen, bouwen, gebruiken (in werking hebben), onderhouden en inspecteren/herclassificeren van installaties. Doel is om met deze regels een aanvaardbaar beschermingsniveau voor mens en milieu te realiseren. Omdat er al langere tijd behoefte was aan een richtlijn voor het ontwerp van tankinstallaties en de opslag van chemicaliën in dergelijke tankinstallaties, zijn door verschillende betrokkenen in de loop der jaren initiatieven genomen om te komen tot een standaard.

In de omgevingsvergunning werd tot op heden voor opslag van chemicaliën aangesloten bij voorschriften uit de richtlijnen PGS 28, 29 en 30, aangevuld met specifieke maatwerkvoorschriften. Eenduidigheid was er niet, waardoor er ook veel onduidelijkheid en (rechts)ongelijkheid ontstond voor de bedrijven.

Nog niet als BBT aangewezen

Met de PGS 31 wordt voor de opslag van chemicaliën een eerste stap gezet om voor de opslag van chemicaliën een Best Beschikbare Techniek (BBT) vast te leggen.

De PGS 31 is (nog) niet is aangewezen in de Activiteitenregeling milieubeheer. De Activiteitenregeling (artikel 1.2) wijst de gebruikte versies van normen en (PGS) richtlijnen aan, deze aanwijzing is bindend. Dus wanneer in de Activiteitenregeling naar een oude versie van een norm of richtlijn wordt verwezen, dan moet die specifieke versie worden gebruikt.
Voor vergunningplichtige bedrijven ligt dit anders. Hoewel de PGS 31 nog niet is opgenomen als Beste Beschikbare Techniek-document in de bijlage van het MOR (Regeling omgevingsrecht), kan het als document wel worden opgenomen in vergunningvoorschriften.

Soms wijst de Regeling omgevingsrecht (MOR) bijlage 1 nog niet de meest recente norm of richtlijn aan als BBT. Dan kan deze vaak toch worden toegepast bij vergunningverlening. Het bevoegd gezag mag namelijk gemotiveerd afwijken van de aangewezen BBT-documenten. Dan kan de nieuwe norm of richtlijn dus wel worden gebruikt bij het opstellen van vergunningvoorschriften voor de omgevingsvergunning milieu.

Voor enkele aspecten van een tankinstallatie, zoals de internationaal ontwikkelde normen voor het ontwerp, zijn de uitgangspunten van de PGS-richtlijn voor gevaarlijke vloeibare stoffen en mengsels, eveneens bruikbaar voor tankinstallaties die worden gebruikt voor de opslag van chemicaliën.
Met PGS 31 is er nu dus eenduidigheid voor het ontwerp van tankinstallaties en opslag van chemicaliën in dergelijke tankinstallaties.

Wanneer is de PGS 31 van toepassing?

PGS 31 geeft richtlijnen voor een arbeidsveilige, milieuveilige en brandveilige opslag. Deze zijn van toepassing op:

  • Drukloze opslag van gevaarlijke vloeibare stoffen en mengsels in ondergrondse en bovengrondse tankinstallaties, waarbij de inhoud van de opslagtank tussen de 0,3 m³ en 150 m³ ligt. PGS 31 is niet van toepassing op tanks die onderdeel zijn van een procesinstallatie (bijvoorbeeld een mengtank). Deze richtlijn is van toepassing op tankinstallaties waarbij sprake is van opslag. Een buffertank die onderdeel uitmaakt van een procesinstallatie valt niet onder de werkingssfeer van PGS 31.
  • Opslag van watergedragen mengsels die vanuit de CLP verordening als kankerverwekkende of mutagene stoffen (CMR) zijn aangemerkt.
  • In de richtlijn staan enkele voorbeelden ter verduidelijking van wat wel en niet valt onder het toepassingsgebied van PGS 31.

Belangrijkste aandachtspunten PGS 31

De belangrijkste aandachtspunten uit PGS 31 zijn:

  • Overvulbeveiliging
    Een nieuwe tankinstallatie moet worden voorzien van een doelmatige technische overvulbeveiliging. Hoe deze overvulbeveiliging moet zijn uitgevoerd, wordt aan de hand van de aard van de opgeslagen stoffen bepaald. Bestaande situaties met betrekking tot overvullen worden niet beschreven in deze PGS 31-richtlijn. Verwacht wordt dat begin volgend jaar een herziene versie in de nieuwe PGS-stijl wordt gepubliceerd, waarin de mogelijke overgangstermijnen voor bestaande tanks die nog niet beschikken over het vereiste voorzieningenniveau, wel zijn opgenomen. Deze overgangstermijn zal onder andere afhankelijk zijn van de risico’s en gevaren met betrekking tot blootstelling aan de stof en de kosten om de tank aan te passen.
  • Ontwerp en inspectie
    Heeft uw bedrijf een eigen gecertificeerde/geaccrediteerde inspectieafdeling of -dienst (IVG)? Dan mag u zelf uw opslagtanks keuren. Wanneer dat niet het geval is, moet de keuring uitgevoerd worden door een erkende installateur.
  • Opvangvoorziening
    Enkelwandige opslagtanks moeten beschikken over een vloeistofkerende opvangvoorziening. Ook worden alternatieve (aanvullende) opvangvoorzieningen beschreven.
  • Opslag van ontvlambare vloeistoffen
    De richtlijn bevat aanvullende voorschriften voor de opslag van ontvlambare vloeistoffen.
    Het opstellen van één of meerdere opslagtanks die ontvlambare vloeistoffen bevatten en die in een (ander) bouwwerk zijn gelegen, kan de bestrijdbaarheid dan wel de beheersing van een brand bemoeilijken wanneer deze tanks bij de brand betrokken raken. In de richtlijn zijn voorschriften opgenomen die passend zijn bij een vooraf geschetst scenario. Het eerste scenario dat wordt geschetst, is het meest eenvoudige, daarna volgen de andere scenario’s in oplopende complexiteit.
  • Schuimvormend middel
    Schuimvormend middel is nodig bij opslag van ontvlambare vloeistoffen bij een inpandige en uitpandige tankopslag én bij uitdamping van acuut toxische stoffen.
  • Aangesloten IBC’s
    Als een Intermediate Bulk Container (IBC) of een transporttank voor langere tijd wordt vastgekoppeld aan een installatie waarbij gebruik wordt gemaakt van vaste verbindingen, dan valt deze IBC-container of transporttank onder het toepassingsgebied van PGS 31 en wordt dan als het ware onderdeel van de installatie. In de PGS 30 is voor mobiele tankinstallaties (IBC’s) een aparte bijlage (D) opgenomen. In de praktijk worden tegenwoordig veel verpakkingen gebruikt om vanuit te doseren en worden ze als een soort ’opslagtank’ gebruikt, terwijl ze daar niet voor zijn ontworpen. Om toch een veilige opslag te realiseren, zijn hiervoor nu aanvullende voorschriften gesteld onder de werkingssfeer van de PGS 31.

Installatiecertificaten

In beginsel is bij het opstellen van PGS 31 uitgegaan van BRL-K903/BRL SIKB 7800. Voor bedrijven met een eigen keuringsdienst van gebruikers (NL-KvG) of een inspectiedienst van gebruikers (IvG) mag PGS 34 worden gebruikt voor het uitvoeren van keuringen van tankinstallaties. Een gecertificeerde installateur blijft degene die volgens het BRL-K903 /BRL SIKB 7800-schema de installatie keurt, reparaties uitvoert of wijzigingen aan de installatie aanbrengt die ook vermeld moeten worden op het installatiecertificaat, en herbeoordelingen uitvoert.
Bij drukloze opslag van vloeistoffen in tanks kan voor wat betreft de technische integriteit, afhankelijk van het type tank en de condities, PGS 34 van toepassing zijn op het primaire toestel plus leidingen en het onderhoud. Voor de overige aspecten is PGS 31 van toepassing. Voor situaties waarin PGS 31 en PGS 34 beide aan de orde zijn, zijn in de PGS 31 de aandachtspunten benoemd. Voor alle aspecten die niet door de PGS 34-systematiek worden geborgd, gelden de voorschriften uit PGS 31.

Voldoen uw tanks aan de nieuwe PGS 31 richtlijn?

Beschikt uw bedrijf over een tank waarin opslag plaatsvindt van een – al dan niet brandbare – gevaarlijke chemische vloeistof die moet voldoen aan de richtlijn PGS 28, 29 of de PGS 30? Mogelijk vallen de aanwezige stoffen in tanks of andere opslagvoorzieningen dan inmiddels onder de richtlijn PGS 31. Het bevoegd gezag kan dan uw vergunning actualiseren waardoor de richtlijn PGS 31 voor u van kracht wordt. Met een door uw BMD-adviseur grondig uitgevoerde gap-analyse krijgt u in beeld of uw opslagtanks of opslagvoorzieningen vallen onder de werkingssfeer van de richtlijn PGS 31 en welke voorschriften dan van toepassing zijn. Mogelijk moeten er maatwerkvoorschriften in de vergunning worden opgenomen. Ook wanneer de tanks herkeurd moeten worden, kan dit aanleiding zijn om te bezien of er een installatiecertificaat nodig is in het kader van de richtlijn PGS 31.

Wijzigingen PGS 31

Na de publicatie in april 2018 bleek PGS 31 op een aantal, vooral tekstuele punten niet correct. Op 28 oktober 2018 verscheen daarom PGS 31:2018 1.1. Hierin is aangepast:

  • Voorschrift 2.2.13: in versie 1.0 stond in de tekst bij typical 3 dat zowel een MOOB als een EOOB toegepast kunnen worden, terwijl de bijbehorende figuur alleen een EOOB als mogelijkheid weergaf. In de 1.1 versie is opgenomen dat bij typical 3 alleen een EOOB toegepast kan worden.
  • Voorschrift 2.2.44: in versie 1.0 werd verwezen naar de voorschriften 2.2.33 t/m 2.2.35. Dit is veranderd naar een verwijzing naar de voorschriften 2.2.39 t/m 2.2.42.
  • Voorschrift 2.2.50: in plaats van een verwijzing naar voorschrift 2.2.47, is in 1.1 een verwijzing naar voorschrift 2.2.53 opgenomen.
  • Voorschrift 6.5.2: in versie 1.0 stond dat SAFETI-NL gebruikt kon worden voor het berekenen van interne afstanden. SAFETI-NL is echter alleen bedoeld voor het berekenen van externe veiligheidsafstanden. In de aangepaste versie SAFETI-NL verwijderd en is een aantal alternatieven genoemd.
  • In Bijlage C zijn alle verwijzingen naar voorschriften aangepast. Alle voorschriften zijn met ‘6’ verhoogd. Bijvoorbeeld, de verwijzing naar voorschrift 2.2.29 is veranderd naar een verwijzing naar voorschrift 2.2.35.

Meer informatie

Hebt u vragen over PGS 31 of wilt u weten of PGS 31:2018 consequenties heeft voor uw inrichting, neem dan contact op Bas van Velthoven, Hans Schut of uw persoonlijke BMD-adviseur.

Bron:
InfoMil, PGS