PAS: ontwikkelingsruimte beperkt

De Programmatische Aanpak Stikstof, oftewel PAS, is al ruim 2,5 jaar van kracht. De PAS heeft als uitgangspunt de doelen van het Europese natuurbeleid te realiseren, terwijl vergunningplichtige activiteiten toch door kunnen gaan. Het vinden van die balans blijkt lang niet eenvoudig. Elke zes jaar wordt een ontwikkelingsruimte vrijgegeven die limitatief is en per Natura 2000-gebied verschilt. De handhavende overheid houdt de vinger aan de pols: omgevingsdiensten voeren administratieve controles uit, houden bedrijfsontwikkelingen tegen het licht en toetsen bij vergunningaanvragen nauwkeurig of deze passen binnen de ‘stikstofruimte’. Deze is in Brabant al voor een groot deel vergeven: via de Raad van State werd daarom begin maart 2018 een natuurvergunning voor een veehoudersbedrijf in Brabant geschorst. Hierdoor mag het betreffende bedrijf de veestapel voorlopig niet uitbreiden.

Stikstofruimte opgebruikt

Het systeem van het PAS heeft een looptijd van zes jaar (2015-2021) en stelt binnen die periode stikstofruimte beschikbaar voor nieuwe activiteiten. Een deel van de uit te geven stikstofruimte was gereserveerd voor de eerste helft van die zes jaar (60%), de resterende ruimte mag in de tweede helft vrij gegeven worden. Hierbij ging men ervan uit dat de uitgifte van 60% van de stikstofruimte tot 1 juli 2018 geen onomkeerbare gevolgen voor de natuur zou hebben. En ook dat het PAS verbeterd en aangevuld zou zijn, voordat de buffer van 40% zou worden uitgegeven. Bij de Raad van State bleek begin maart echter dat in sommige gevallen al meer dan 60% van die stikstofruimte is uitgegeven. De buffer van 40% is op die plaatsen niet of niet meer volledig aanwezig. “De verantwoordelijke ministers hebben het PAS nog niet verbeterd en aangevuld. Zolang dat niet is gebeurd, kan niet worden uitgesloten dat de toename van stikstofdepositie op die plaatsen nadelige of onomkeerbare gevolgen voor de natuurwaarden zal hebben”, aldus de voorzieningenrechter, die een daarmee een stokje stak voor de uitbreiding van het veehoudersbedrijf.

Intrekken ontwikkelingsruimte

Met het instrument AERIUS kan de stikstofemissie van een beoogde activiteit worden berekend en kan worden ingeschat welke ruimte hiervoor nodig is. Wanneer de depositie lager dan of gelijk is aan de grenswaarde van 1 mol per hectare per jaar, hoeft de initiatiefnemer geen vergunning aan te vragen, maar geldt een meldingsplicht voor industrie, landbouw en infrastructuur. Deze grenswaarde voor het aanvragen van vergunningen wordt echter verlaagd naar 0,05 mol wanneer 95% van de depositieruimte voor meldingen benut is, wat nu al in sommige gebieden het geval is. Op het moment dat de volledige ontwikkelingsruimte is uitgegeven, dan geldt voor het betreffende Natura 2000-gebied dat er geen vergunning meer kan worden verleend.

“Er is veel reuring als het gaat om de PAS”, zegt BMD-adviseur Bas van Velthoven. “Wij worden steeds vaker gebeld door bedrijven die ineens een brief ontvangen van de Omgevingsdienst, waarin zij worden aangespoord informatie aan te leveren over de stikstofdepositie of een ontvankelijke aanvraag in te dienen voor een Wet natuurbeschermingsvergunning. Ook aanvragen voor een Omgevingsvergunning of meldingen bij uitbreidingen of andere ontwikkelingen, worden scherp gecontroleerd op dit onderwerp. Helaas is de situatie zo nijpend dat zelfs als er toestemming is voor gebruik van de ontwikkelingsruimte, dit nog geen zekerheid biedt. De toestemming kan worden ingetrokken als de ontwikkelingsruimte niet wordt gebruikt of een gebied toch te veel onder druk komt te staan.”

Voor dat laatste ontwikkelden de provincies de gezamenlijke ‘Aanpak Tweejaarstermijn PAS’ die in het eerste kwartaal van 2018 werd getest. Na evaluatie van de pilot in april, willen de provincies de aanpak regulier uitvoeren. Provincies willen vooral ervaring opdoen met het intrekken van ontwikkelingsruimte en controleren daarom strikt of initiatiefnemers hun economische activiteiten inderdaad binnen twee jaar hebben gerealiseerd. De pilot richt zich in eerste instantie op veehouderijbedrijven, omdat Wnb vergunningen met ontwikkelingsruimte vooral voor dit soort bedrijven zijn afgegeven, daarna zal deze aanpak ook voor andere bedrijven de standaard worden.

Beperkingen

Dat houdt in dat bedrijven die gevestigd zijn in de buurt van Natura 2000-gebieden, waarbij ‘buurt’ een heel ruim begrip is, meer en meer beperkt zullen worden bij uitbreidingen of bedrijfsontwikkelingen. Reken erop dat handhaving er boven op zit: niet alleen worden vergunningaanvragen scherp gecontroleerd op dit onderwerp, ook de bestaande situaties worden bij administratieve controles onder de loep genomen. Is de stikstofdepositie momenteel groter dan de vergunde situatie? Als de ontwikkelingsruimte vergeven is, kan er geen vergunning meer worden verleend en moet de depositie teruggebracht worden.

BMD Advies ondersteunt u graag wanneer uw organisatie met deze wet- en regelgeving te maken heeft. Zo kunnen wij de depositieberekingen (AERIUS) uitvoeren en begeleiden bij een melding of aanvraag in het kader van de Wet natuurbescherming en weten wij in welke gebieden de ontwikkelingsruimte (vrijwel) opgesoupeerd is. Wanneer dat het geval is, is het in enkele gevallen mogelijk om nieuwe ontwikkelingen aan te melden als prioritair project, waarbij er op een andere wijze ontwikkelingsruimte kan worden benut. Neem voor meer informatie contact op met BMD-adviseur Bas van Velthoven.

Bron: Bij12, IPO

Stand van zaken uitgifte ontwikkelingsruimte

BMD-Nieuwsflits, maart 2018