Oogschade: een ongeluk zit in een klein hoekje

Een metaalsplinter bij het slijpen, een druppel van een gevaarlijke stof tijdens het overschenken, UV of infrarood straling bij een laagdiktemeting: er zijn veel werkzaamheden waarbij medewerkers risico lopen op schade aan de ogen. Oogschade niet alleen zo opgelopen, het is vooral pijnlijk en in het ergste geval onherstelbaar. Oogbescherming is dan ook een belangrijk onderwerp binnen gezond en veilig werken.

Blootstelling voorkomen

Vanuit de arbeidshygiënische strategie moet een organisatie eerst onderzoeken of er maatregelen genomen kunnen worden om de blootstelling te voorkomen of te verkorten. Er zijn echter ook tal van werkzaamheden waarbij het treffen van bronmaatregelen geen optie is en er dus gekeken moet worden naar persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM).
Er zijn veel mogelijkheden als het gaat om oogbescherming. Belangrijk is dat de brillen zijn voorzien van een CE-markering en dat er een gebruiksaanwijzing bij geleverd wordt waarin staat voor welke toepassingen de bril geschikt is.

De juiste bril bij de juiste situatie

De veiligheidsbril, de overzetbril die toegepast wordt bij brildragers, en ruimzichtbril die brildragers ook beschermt tegen stof, bieden bijvoorbeeld bescherming tegen het vrijkomen van (grof) stof, slijp- en vloeistofspatten. De bril moet hittebestendig zijn, beschermen tegen spatjes van zowel zuren als logen en hij moet goed aansluiten op het gezicht. Een anti-fog coating is verstandig in een vochtige omgeving of bij temperatuurswisselingen om beslaan te voorkomen.

Bij autogeen lassen heeft de medewerker te maken met infraroodstraling. Het is dan niet voldoende om alleen een onbrandbare lasbril met polycarbonaat glazen te dragen: zo’n bril beschermt weliswaar de ogen, maar bij laswerkzaamheden moet het volledige gelaat beschermd worden met een laskap of gelaatscherm. Het is dus belangrijk om alle risico’s te beschouwen bij de keuze voor PBM.

Los van het aanbieden van beschermingsmiddel aan de medewerker, is het natuurlijk de bedoeling dat ze deze middelen ook daadwerkelijk toepassen. Om te voorkomen dat medewerkers PBM ervaren als hinderlijk of overbodig, is het nodig om uit te leggen waarom de organisatie het belangrijk vindt om de medewerker te beschermen. Betrek de medewerkers bij het maken en bespreken van de Risico Inventarisatie & Evaluatie en geef het goede voorbeeld.

Nieuwe wetgeving

Op 21 april 2018 is richtlijn 89/686/EEG vervallen. PBM moeten nu, na een overgangsperiode van twee jaar, voldoen aan de Verordening (EU) 2016/425 persoonlijke beschermingsmiddelen. Bovendien moeten PBM voorzien zijn van een CE-markering. Hiermee toont de fabrikant aan dat het PBM voldoet aan de gestelde minimumeisen.

Meer informatie

De BMD-adviseurs Pieter Diehl, Steffan Griep en Tim de Laat ondersteunen bedrijven bij arbo-vraagstukken en kunnen met u mee denken in de arbeid hygiënische strategie en toepassing van PBM.

Bron NEN 
Bron Arbo-Online

Nieuwsflits juli 2018