Levenscyclus ISO 14001

Van lastig begrip naar speerpunt

Blog door: Bas Schevelier, specialist managementsystemen

ISO 14001:2015 verlangt van bedrijven en organisaties dat zij in beeld brengen welke mogelijkheden er zijn om invloed op het milieu uit te oefenen vanuit een levenscyclus perspectief. Hierbij gaat het om de opeenvolgende stappen in de dienstverlening of in een productieproces van grondstoffen tot product, het gebruiken en het afdanken. Op basis van zo’n levenscyclusbenadering wordt bepaald wat de mogelijke milieuwinst is die bij de verschillende partijen in de keten kan worden behaald.

ISO 14001:2015 stelt de eis om de significante milieuaspecten vanuit het perspectief van de levenscyclus te bepalen. Deze levenscyclusbenadering was in het begin even wennen: niet alleen bedrijven en organisaties zochten naar een goede manier om invulling te geven aan deze eis, ook de auditoren en certificerende instellingen vonden het vaak lastig om met het begrip levenscyclus om te gaan. Inmiddels is het bijna drie jaar geleden dat ISO 14001:2015 werd geïntroduceerd en is er veel meer helderheid over de wederzijdse verwachtingen. De beoordeling van de levenscyclusanalyse (LCA) is nu zelfs een speerpunt vanuit de auditoren.

Voordat ik dieper op deze eis in ga, wil ik eerst een misverstand uit de weg ruimen: ISO 14001:2015 vraagt niet om een beoordeling van alle (onder)aannemers en leveranciers. Waar de norm wel om vraagt is een inventarisatie van de milieuaspecten van de activiteiten, producten èn diensten die het bedrijf kan beheersen en waarvan redelijkerwijs verwacht mag worden dat het bedrijf er invloed op kan uitoefenen. Ook milieuaspecten van activiteiten die aan derden worden uitbesteed, moeten daar waar mogelijk ook beheerst en verminderd worden.
In eerste instantie werd het al langer verplichte MilieuAspectenRegister (MAR) vaak uitgebreid met een beknopte levenscyclusanalyse. In het MAR werden immers al de milieuaspecten geïdentificeerd van activiteiten, producten en diensten die het bedrijf of de organisatie kan beheersen en beïnvloeden. Na verloop van tijd bleek die invulling in de praktijk te summier. De QESH-managers hadden behoefte aan verdieping, aan een goede analyse en een helder rapport waarin de kansen en acties omschreven worden. Dat sluit aan bij de norm, die ook expliciet geen kwantitatieve levenscyclusanalyse verlangt, maar juist verder kijkt dan de levering van het product of de dienst.

Inmiddels voerde BMD Advies Zuid-Nederland de levenscyclusanalyse voor diverse bedrijven uit. Hierbij worden uiteraard nog steeds eerst de verschillende milieuaspecten geïdentificeerd, maar is de scope breder geworden. Per fase in het productieproces brengen wij de verschillende milieuaspecten van de totale levenscyclus in kaart, van het moment van bestelling van materieel of grondstoffen, tot en met het einde van de levenscyclus waarbij een product wordt ‘afgedankt’.

Een voorbeeld uit de praktijk:
Voor een groot internationaal transportbedrijf brachten we in kaart uit welke fases de levenscyclus van hun dienst bestaat. Deze dienstverlening is onder te verdelen in het primaire proces – het vervoeren van goederen voor derden – en het secundaire proces, dat onder andere bestaat uit aanschaf en het onderhoud van het materieel en het wassen van voertuigen.
De milieuaspecten van het primaire proces waren al eerder vastgelegd in het milieuaspectenregister van de klant. Daarom ligt de focus in dit voorbeeld op het secundaire proces. Om de milieuaspecten te identificeren werd een schema gemaakt waarin de belangrijkste secundaire processen zijn weergegeven. In dit voorbeeld start de levenscyclus bij de inkoop van het materieel. De grootste milieueffecten ontstaan in dit voorbeeld in de gebruiksfase van het materieel. Dit zijn onder andere:

  • uitstoot stoffen door transport met voertuigen;
  • geluidsemissie van voertuigbewegingen;
  • gebruik van niet duurzame energie/brandstof.

Bij een LCA bepalen we echter niet alleen welke grond- en hulpstoffen er voor de dienst of productie nodig zijn en wat de milieubelasting of het milieueffect daarvan is, maar ook hoe lang de producten en gebruikte materialen meegaan en wat er overblijft aan het einde van de levenscyclus. Ook de milieubelasting van het restproduct wordt kwalitatief vastgesteld. Vervolgens moeten er prioriteiten gesteld worden: waar is de milieubelasting het hoogst, waar kan milieuwinst geboekt worden? Zijn er alternatieven voor grond- en hulpstoffen die minder effect op het milieu hebben, waarmee de levensduur van het product verlengd kan worden? Kan het restproduct gerecycled of hergebruikt worden?

In het gebruikte voorbeeld kunnen de genoemde milieueffecten beheerst worden door prestatie-eisen vast te leggen in specificaties en contractvoorwaarden, maar ook door andere voertuigen in te zetten. De verschillende opties werden per aspect uitgewerkt.

Een goed uitgewerkte levenscyclusanalyse geeft een bedrijf daarmee helder inzicht in de milieueffecten en geeft de mogelijkheid om prioriteiten te stellen om de processen continu te verbeteren en de levenscyclus te beïnvloeden.

Meer informatie
Wilt u meer weten over de levenscyclus, ISO 14001 of circulaire bedrijfsvoering, neem dan contact op met Bas Schevelier of een van de andere specialisten: Steven Kramer, Ingrid Ort of Cathy Tesselaar.