Hoofdlijnen klimaatakkoord geanalyseerd

Hoe verder?

De Hoofdlijnen van het Klimaatakkoord dat Ed Nijpels, voorzitter van het Klimaatberaad, op 10 juli 2018 presenteerde is deze zomer door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) onder de loep genomen. De conclusie uit de PBL-analyse: het voorstel is nog niet doorrekenbaar, maar biedt technisch gezien voldoende potentieel om de emissiereductiedoelen te halen. Wat is de volgende stap?

Het doel

Doelstelling van het Nederlandse klimaatakkoord is een emissiereductie van 49% in 2030 ten opzichte van 1990. Op de lange termijn streeft men zelfs naar een reductie van 95% in 2050. Diverse onderhandelingstafels kwamen in de eerste helft van 2018 met een pakket aan voorstellen waarmee deze doelen bereikt moeten worden. Die voorstellen zijn nu geanalyseerd door PBL, het Planbureau voor de Leefomgeving.

Eerst het hoe

Volgens het PBL zijn vooral oplossingsrichtingen aangegeven. Hoe burgers en bedrijven gemotiveerd en geprikkeld kunnen worden om deze maatregelen daadwerkelijk te realiseren, is nog onvoldoende uitgewerkt. Het PBL vindt dat er nog te veel zoekrichtingen zijn, het kabinet zou er goed aan doen het aantal in te perken om zo het proces te bespoedigen. Pas wanneer het ‘hoe’ bekend is, kunnen de plannen doorgerekend worden. Nu blijven de verwachte milieueffecten, verwachte kosten, lastenverdeling, ruimtelijke effecten en arbeidsmarkteffecten nog in het ongewisse.

Technisch wel mogelijk

Gelukkig bracht het PBL ook wat goed nieuws: technisch gezien bieden de in kaart gebracht maatregelen voldoende potentieel om de emissiereductiedoelen te halen. Dat geeft echter nog geen garanties. De voorgestelde maatregelen brengen ingrijpende veranderingen met zich mee. Volgens het PBL zullen er soms sterke prikkels nodig zijn om de betrokkenen ertoe aan te zetten deze te realiseren. De instrumenten die hierbij gebruikt zouden kunnen worden, zijn nu nog summier uitgewerkt. De wijze van organisatie, de keuze tussen afdwingen en stimuleren, de manier van bekostiging, de lastenverdeling: alles ligt open, niets staat vast. In de keuze voor maatregelen en de instrumenten waarmee de afzonderlijke doelen gehaald moeten worden, zal men nog de nodige pijnpunten tegenkomen. Niet alle maatregelen en instrumenten zullen zonder meer op maatschappelijk of politiek draagvlak kunnen rekenen. Bovendien kan een maatregel enerzijds bijdragen aan het behalen van de doelstelling, maar anderzijds spanningen opleveren. Denk aan gaswinning versus arbeidsgelegenheid.

Hoe nu verder?

Nu de analyse op tafel ligt, wordt de tweede fase van de onderhandelingen in gang gezet. Het Klimaatberaad koos samen met de betrokken ministeries (Economische Zaken en Klimaat, Binnenlandse Zaken, Infrastructuur en Waterstaat, Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) 29 onderwerpen uit, die de partijen verder moeten gaan uitwerken. Dat zijn soms onderwerpen die kunnen worden behandeld aan één sectortafel, maar vaak zijn verschillende sectortafels bij een onderwerp betrokken. Voor twee werkgroepen (biomassa en ruimte) ligt het initiatief bij het Rijk. Er komt ook een taakgroep voor onderwerpen die alle tafels aangaan: naast Arbeidsmarkt en Scholing, en Financiering ook één voor Innovatie.

Een van de voorstellen van het kabinet is een extra belasting voor vervuilende bedrijven. Met het geld dat daarbij vrijkomt, kunnen bedrijven subsidie krijgen voor projecten om de CO2-uitstoot terug te dringen. Ook wil het kabinet de verkoop van nieuwe benzine- en dieselauto’s vanaf 2030 verbieden. De onderhandelingen aan de klimaattafels moeten in elk geval concrete afspraken opleveren die gaan over de (technische) maatregelen, de (beleidsmatige) instrumenten, wet- en regelgeving, financiering, bijdragen van de verschillende partijen en een planning. Het resultaat daarvan is een concept-klimaatakkoord tussen Rijk, mede-overheden, maatschappelijke organisaties, vakbonden en het bedrijfsleven.

Vervolgens ligt de bal weer bij de planbureaus, die het concept-klimaatakkoord opnieuw moeten analyseren: wordt het doel bereikt met deze voorgestelde maatregelen, welke effecten heeft dat voor de begroting en de kas van de overheid. Ook moet opnieuw gekeken worden naar kostenefficiëntie en lasten- en inkomenseffecten voor burgers en bedrijven. Daarna kunnen partijen hun achterban raadplegen en kan het kabinet een besluit nemen over het klimaatakkoord.

Wordt vervolgd….

Lees ook:
Klimaat: politiek flink op vingers getikt

Bron: Analyse van het voorstel voor hoofdlijnen van het klimaatakkoord, Den Haag: PBL, Hekkenberg M. & Koelemeijer R. (2018), NOS