Energietransitie: hoe doen we het?

Nederland loopt met klimaatdoelstellingen nog lang niet voorop, maar werkt absoluut aan een inhaalslag. De presentatie van het Klimaatakkoord op hoofdlijnen deze zomer, getuigt daarvan. Dát er een energietransitie moet plaatsvinden, is voor iedereen ook zo klaar als een klontje. Er zijn echter ook veel vragen: welke technieken gaan we inzetten, hoe komen we aan voldoende mankracht, wie gaat de energietransitie betalen en niet te vergeten – wat wordt er van u verwacht?

Wie gaat dat betalen?
Het kabinet wil de uitstoot van CO2 door Nederland beperken met 49 procent in 2030 ten opzichte van 1990. De maatregelen die daarvoor nodig zijn kosten geld, heel veel geld. Op de vraag wie dat geld op tafel moet leggen, gaf minister Eric Wiebes eind februari 2018 al helder antwoord: “De overheid, die uit vrijwel niets anders gefinancierd wordt dan het door onszelf opgebrachte belastinggeld, gaat dit niet allemaal betalen”, schreef hij in een brief naar de Tweede Kamer. Ed Nijpels, voorzitter Klimaatakkoord, sloot zich daarbij aan tijdens de presentatie van het klimaatakkoord op hoofdlijnen: “De kern is: die 49 procent is alleen te bereiken met maatregelen waar iedereen mee te maken krijgt. Dit betekent dat iedereen moet meedoen, maar ook dat iedereen wordt geraakt.”

De overheid draagt wel een steentje bij met subsidies en investeringsregelingen om de onrendabele toppen in de opwekking van hernieuwbare energie te verzachten. Daarnaast is er budget voor projecten die de uitstoot van broeikasgassen op termijn efficiënt kunnen verminderen. Ook voor onderzoek en ontwikkeling van klimaatvriendelijke technologie maakte de overheid een potje vrij. Daarmee heeft de overheid weliswaar een aanjagende rol, maar waarschuwt tegelijkertijd dat met deze fondsen niet de gehele energietransitie gefinancierd kan worden.

Voor een betere balans tussen kosten en baten, wil de overheid zich richten op schaalvergroting. Immers, hoe vaker een techniek toegepast kan worden, hoe lager de kosten zullen zijn. Daarnaast is kostenefficiency een sleutelbegrip. Prioriteit wordt gegeven aan maatregelen die op de lange termijn het meest kosteneffectief zijn, ook al is de terugverdientijd op dit moment nog niet aantrekkelijk.

Welke technieken?
Dat brengt ons op de volgende eveneens veel gestelde vraag: welke technieken moeten er dan ingezet worden? Daar lijkt men het nog lang niet over eens te zijn. Aan de verschillende sectortafels waar de plannen werden gesmeed voor het Klimaatakkoord, is hier veel over gediscussieerd. Milieubeweging en grote bedrijven stonden daarbij soms lijnrecht tegen over elkaar, bijvoorbeeld bij de kwestie ondergrondse opslag van CO2. Als het gaat om het opwekken van duurzame energie zijn veel ogen gericht op windenergie. Helaas stuit deze zeer rendabele techniek ook op veel verzet en wordt het ‘Nimby’-principe vaak aangehouden: windenergie prima, maar niet in mijn achtertuin of aan ‘mijn’ kust, als het gaat om windmolens op zee.

Gelukkig is er ook een positieve tendens te zien: er wordt aan alle kanten ingezet op techniek, innovatie en schaalvergroting. Door deze impulsen komt de toepassing van duurzame technieken of brandstoffen steeds dichterbij, wordt investeren steeds interessanter. Zo biedt het gebruik van waterstof mogelijkheden in de toekomst, niet alleen voor de mobiliteitssector, maar ook om te verwarmen en zelfs op te koken.

Hoewel er nog steeds een grote groep bedrijven is die de energierekening als sluitpost ziet, is een voorzichtige groei te zien onder bedrijven die beseffen dat met relatief eenvoudige maatregelen en beperkte investeringen prachtige resultaten gehaald kunnen worden. Op steeds meer bedrijfshallen verschijnen zonnepanelen, bij nieuwbouw is aansluiting op gas geen automatisme meer, maar wordt er gekeken of een alternatief haalbaar is. Restwarmte wordt opnieuw ingezet. Daar waar de grote jongens bij de onderhandelingen over het klimaatakkoord op de rem gingen staan, staan er gelukkig, met name onder MKB-bedrijven, ook nieuwe koplopers op. Bedrijven die willen investeren en innoveren. De ontwikkelingen staan nooit stil: wat vandaag nog onmogelijk is, is morgen bewezen technologie.

Wie gaat het uitvoeren?
Plannen zijn er dus genoeg, maar wie gaat het uitvoeren, wie gaat ervoor zorgen dat we de doelstellingen ook daadwerkelijk halen? Er heerst nu al een groot tekort aan mankracht in technische beroepen: de bouwsector trok niet voor niets al vaak aan de bel, omdat ze eenvoudig weg de mensen niet hebben om het werk gedaan te krijgen. Installatiebureaus kapen werknemers voor elkaars neus weg, waarbij soms absurde salarissen en secundaire arbeidsvoorwaarden worden geboden om mensen maar over de streep te trekken. Daarbij is het nog onvoldoende duidelijk hoeveel mensen er nodig zijn voor de energietransitie, voor welke beroepen, waar ze vandaan moeten komen en welk effect dat heeft op andere sectoren die ook onder druk staan.

Allemaal waar, maar laten we het van de positieve kant bekijken. De energietransitie biedt enorm veel kansen als het gaat om werkgelegenheid, innovatie en economische groei. Bedrijfsleven en onderwijs weten elkaar steeds beter te vinden, overal in het land schieten initiatieven als paddenstoelen de grond uit, worden er platforms opgericht, samenwerkingen gezocht en projecten opgepakt. Was techniek lange tijd niet zo sexy, door het hoge tempo waarin ontwikkelingen op gebied van duurzame en hernieuwbare energie nu plaatsvindt, vindt daarin gelukkig een kentering plaats.

Wat wordt er van u verwacht?
Om op de woorden van Ed Nijpels terug te komen: iedereen moet meedoen, iedereen wordt geraakt. Van bedrijven wordt dan ook een substantiële bijdrage verlangd om de doelstelling – halvering van de CO2-uitstoot – te kunnen behalen.

Er zal in de nabije toekomst nog meer gestuurd worden op het treffen van de nu al verplichte Erkende maatregelen energiebesparing. Hoewel u daarmee al de nodige energie en dus CO2-uitstoot zult besparen, is het mogelijk een stap verder te gaan. Bij een uitgebreider Energiebesparingsonderzoek wordt onder andere ook een energiebalans opgesteld. Dit geeft u een helder beeld van de verschillende energieverbruikers en – verspillers. BMD-specialisten geven u daarbij advies op maat over de maatregelen die de meeste besparing opleveren, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke bedrijfsomstandigheden. Denkt u aan het zelf opwekken van duurzame energie? Ook dan helpen wij u graag door de mogelijkheden voor bijvoorbeeld Zon-PV in kaart te brengen, subsidies aan te vragen, etc. BMD-adviseurs Marcel Capello en Henri Oligschläger vertellen u er graag meer over.

Daarnaast zal het gebruik van energie duurder worden. Dat uw energierekening onnodig hoog uitvalt, kunt u voorkomen door de specialisten van BMD Energie in te schakelen. Zij helpen u bij het reduceren van uw energiekosten door factuurcontroles en het optimaliseren van energiecontracten. Ook wanneer u zich aansluit bij het voordelige BMD-energie inkoopcollectief, kunt u veel energiekosten besparen. Neem voor meer informatie contact op met Mattie Harks, Frank von Reeken of Guido Schrijver.

BMD-Ontbijtbijeenkomst over Energietransitie
Op donderdag 11 oktober organiseert BMD Advies Zuid-Nederland een BMD-Ontbijtbijeenkomst over de energietransitie. Wat betekent energietransitie in de praktijk? Waar liggen uw kansen en uitdagingen? Tijdens deze bijeenkomst zal speciale gast Jack Doomernik, lector Smart Energy bij Avans Hogeschool, de ontwikkelingen op het gebied van de energietransitie en de bijbehorende uitdagingen toelichten. Hoe kunnen bedrijven hun eigen energietransitie plannen en vormgeven en welke maatregelen kunnen ze treffen om hun voetafdruk te verminderen? Neem ook deel aan een van de drie workshops over de toepassing van restwarmte, zonne-energie of duurzame energie-inkoop en ontdek waar uw winst zit.
Meer informatie en aanmelden