1. Energie ontwikkelingen

De termijn tarieven van met name aardgas zitten nog altijd op een van de laagste niveaus van de afgelopen 10 jaar.  Naast het coronavirus, de zachte winter en de nog altijd relatief lage energievraag zijn de lage olieprijzen de belangrijkste reden.
In de afgelopen maand zijn de olieprijzen licht gestegen. Brent ging van 44 USD/bbl begin augustus in de loop van de maand omhoog tot iets meer dan 46 USD/bbl. Echter, begin september zette een daling in die de prijs terugbracht naar het startniveau: rond de 44 USD/bbl. De prijzen voor het Amerikaanse WTI liggen pakweg 3 USD/bbl lager dan voor brent. De daling werd ingezet door een rapport van het Amerikaanse Energy Information Administration dat een behoorlijke van week tot week daling in de vraag naar motorbrandstoffen liet zien. Verder staat het onderhoudsseizoen van Amerikaanse raffinaderijen er aan te komen, waardoor de vraag naar ruwe olie naar verwachting ook zal dalen.

De steenkolenmarkt voelt de druk van de lage gasprijzen. Gascentrales draaien door de lage prijzen relatief goedkoop en verdringen kolencentrales. De kolenprijzen gingen in de loop van augustus dan ook gestaag omlaag. Onderhoud aan kerncentrales brachten eind van de maand voor steenkool een opwaartse prijsbeweging, maar begin september zette de daling weer in. Begin augustus bedroeg de groothandelsprijs voor kolen in Rotterdam, levering 2021, een kleine 60 USD/ton, begin september lag de prijs op zo’n 56 USD/ton. Levering in kwartaal 4 2020 is zo’n 3,5 USD/ton goedkoper. Daarmee is de kortere termijn dichter op de jaar-vooruit levering gekropen, want begin augustus was de kloof nog 5 USD/ton.

Op de dag-vooruit-markt toonde elektriciteit zich nogal wispelturig met forse uitslagen tussen de afzonderlijke dagen, bijna net zo grillig als het weer. Leveringen basislast op de middellange termijn wisten in de maand augustus het grote prijsverschil met leveringen kwartaal en jaar-vooruit weg te werken. Die laatste leveringen toonde een vrij vlak prijsprofiel tot het einde van augustus. Aangestoken door de sterke stijging van de prijs voor emissierechten, ging toen ook elektriciteit enkele EUR/MWh omhoog. Levering 2021 basislast begon de maand beneden 38 EUR/MWh en kostte begin september 42 EUR/MWh.

Gasprijzen lieten in augustus een patroon zien dat enigszins overeen komt met elektriciteit. De korte termijn leveringen stegen in relatieve zin zelfs spectaculair. Van minder dan 7 EUR/MWh begin augustus naar rond de 11 EUR/MWh begin september, stijgingen van ruim 50%. Leveringen in kwartaal 4 2020 en jaar 2021 stegen gelijkmatiger. Kwartaal 4 bijvoorbeeld van zo’n 10,5 EUR/MWh aan het begin van de maand naar ruim 12,5 EUR/MWh begin september.
Wij blijven de ontwikkelingen op de markten nauwlettend volgen voor u. Alleen op die manier kunnen we de juiste looptijd en de voor u op maat gemaakte inkoopstrategie bepalen.
Hieronder vindt u de ruwe ontwikkelingen van de “kale” gas – en elektraprijzen vanaf 1 januari 2017.

Voor de actuele inkooptarieven kunt u vanzelfsprekend contact met ons opnemen. 013 8000 300 info@bmdzuid.nl.

index jaarprijzen energie BMD Advies
gas prijzen 9-2020 BMD Advies

2. Let op opzegtermijn energie lopende overeenkomsten

opzegtermijn energie lopende overeenkomsten- BMD ZuidEr zijn in Nederland ruim 60 energieleveranciers. Als we kijken naar de zakelijke contracten welke veel van deze leveranciers aanbieden, zien we dat veruit de meesten gebruik maken van een opzegtermijn in de energie contracten. Die opzegtermijn bedraagt doorgaans 3 maanden.

Dat betekent dat als u zelf een overeenkomst heeft afgesloten met een leverancier en u wenst een vergelijk te doen met andere leveranciers voor een nieuwe overeenkomst, u deze eerst dient op te zeggen. Doet u dit niet zit u hoe dan ook nog een jaar vast aan de huidige leverancier.
Op zich hoeft dat geen probleem te zijn, echter leert onze ervaring dat u dan nimmer de beste tarieven zult krijgen…  Het komt helaas nog te vaak voor dat bedrijven vergeten de lopende overeenkomsten op te zeggen waardoor er onnodig teveel wordt betaald.

Indien u de overeenkomsten met de leverancier via BMD Advies heeft afgesloten, is bovenstaande niet van toepassing. De contracten die wij sluiten met de leveranciers eindigen altijd van rechtswege.
Mocht u nog vagen hebben over bovenstaande of uw energiekosten een keer wilt laten doorlichten kunt u contact opnemen met Frank von Reeken, te bereiken via 013-8000300.

3. Zonne energie: Verloop voorjaarsronde SDE+ 2020

vergroening energie BMD zuidOp 15 september jl. is op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) het verloop van de voorjaarsronde SDE+ 2020 gepubliceerd. Hieruit blijkt dat alle aanvragen inmiddels zijn beoordeeld en de beschikkingen zijn afgegeven.

Er zijn in totaal 7.012 projecten (subsidieaanvragen) positief beschikt en er zijn 550 projecten om verscheidene redenen afgewezen of ingetrokken door de indiener (van de in totaal bij RVO 7.562 ingediende projecten). Dit aantal ligt hoger dan gebruikelijk, omdat er een overlap was tussen de openstelling van de voorjaarsronde en de afhandeling van de aanvragen van de najaarsronde 2019. Als aanvragers hierdoor alsnog een beschikking kregen in de najaarsronde 2019 was hun tweede aanvraag niet langer nodig.

Voor de voorjaarsronde was een budget van € 4 miljard beschikbaar. Het totaal aangevraagde subsidiebudget bedroeg € 4,1 miljard.

De projecten waarvoor een positieve beschikking is afgegeven, hadden een totale waarde van € 3,3 miljard. Hiervan heeft de categorie Zon-PV een aandeel van 6.882 projecten met een totaal beschikt bedrag van € 2.148 miljoen, hetgeen maar liefst 65% van het beschikte budget is. Hieruit blijkt dat een grote hoeveelheid Zon-PV-projecten, die in de najaarsronde SDE+ 2019 buiten het beschikbare budget vielen, in deze extra ronde alsnog een beschikking hebben gekregen. De categorie Biomassa gas heeft bijvoorbeeld 6 beschikte projecten met een totaal beschikt bedrag van € 563 miljoen en voor de categorie Geothermie betreft het 4 positief beschikte projecten met een totaal beschikt bedrag van € 245 miljoen. Lagere beschikte bedragen zijn er voor de categorieën Biomassa warmte en WKK, Windenergie, Zonthermie en Waterkracht.

Het totaal beschikt vermogen bedraagt 3.911 MW en de maximale subsidiabele jaarproductie is 20,3 PJ aan hernieuwbare energie, wanneer alle projecten volledig worden gerealiseerd.

Wijzigingen eerste openstellingsronde SDE++ 2020

De nieuwe SDE++ 2020-subsidieregeling opent niet op in een eerdere fase voorgestelde datum van 29 september 2020, maar op 24 november 2020 (9:00 uur). U kunt vanaf die datum een SDE++-subsidieaanvraag indienen wanneer u gebruik zou willen maken van deze subsidiemogelijkheid. De sluitingsdatum van deze eerste openstellingsronde is op 17 december 2020 (17:00 uur). Voor deze openstellingsronde is een budget van € 5 miljard beschikbaar.

Daarnaast zijn er meerdere wijzigingen van toepassing ten opzichte van eerdere Kamerbrieven. De belangrijkste wijzigingen zijn in de Kamerbrief van 14 september jl. van Minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat toegelicht. Zo zijn de basisbedragen voor de CCS (afvang en opslag van CO2) lager en bedraagt de openstelling voor fase 1 voor 65 €/ton CO2 in plaats van 70 €/ton CO2 (fase-grens subsidie-intensiteit). Dit laatste gebeurt ter bevordering van de concurrentie, waarmee de transitie zo kosteneffectief mogelijk wordt ingericht.

Ook zijn er bijvoorbeeld wijzigingen in de categorieën elektrische boiler en productie van waterstof door elektrolyse. Dit betreft een beperking van het aantal draaiuren voor deze elektrificatie-opties voor de eerste jaren, hetgeen in latere jaren wordt ingehaald. Op dat moment is het aandeel hernieuwbare elektriciteit namelijk groter. Voor de categorie elektrische boiler wordt tevens vastgelegd dat de geproduceerde warmte moet worden toegepast in een systeem met een ontwerptempera-tuur van minstens 100°C. Deze techniek blijkt namelijk breder toepasbaar dan in eerste instantie enkel voor in de industrie. Voor toepassingen met een lagere temperatuur geldt dat er verschillende andere warmte-categorieën beschikbaar zijn. Een andere wijziging is dat de categorie voor thermische energie uit afvalwater ook wordt opengesteld voor thermische energie uit drinkwater (categorie aquathermie). Voor de categorie wind geldt een gemeentelijke indeling voor windsnelheden, waarmee alsnog uitgegaan wordt van de eerdere systematiek.

Op korte termijn worden de gewijzigde AMvB en de onderliggende regelgeving in het Staatsblad en de Staatscourant gepubliceerd.

Heeft u plannen of overweegt u om duurzame energietechnieken of andere CO2-reducerende technieken toe te passen, neem dan contact op met onze specialisten Jaap van de Sande en Henri Oligschläger om te kijken welke mogelijkheden er voor u zijn. Indien u dit wenst kunnen wij als intermediair namens uw bedrijf een SDE++-subsidieaanvraag verzorgen. Wij hebben de afgelopen jaren voor diverse bedrijven een subsidieaanvraag ingediend, met name op het gebied van de populaire duurzame energietechniek Zon-PV.

De subsidieregeling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+) wordt dit jaar ingrijpend veranderd. Bij de nieuwe SDE++-subsidieregeling, de subsidie Stimulering Duurzame Energietransitie (SDE++), zullen nieuwe technieken in aanmerking komen voor een subsidie. Met de verbreding van de SDE+ naar de SDE++ wordt de regeling een belangrijk instrument voor het kosteneffectief realiseren van de benodigde CO2-reductie, naast de bestaande stimulering van grootschalige productie van hernieuwbare energie. Het kabinet streeft naar 49% CO2-reductie in 2030 ten opzichte van 1990. In het Klimaatakkoord zijn afspraken gemaakt over het bereiken van deze reductieopgave in verschillende sectoren. Om ervoor te zorgen dat de transitie in Nederland haalbaar en betaalbaar blijft, en het gelijke speelveld voor het bedrijfsleven behouden blijft, wordt het ondersteunde instrumentarium aangepast.

Zoals ook bij de voormalige SDE+-subsidieregeling bestaat deze openstellingsronde uit een aantal fases (fase 1 t/m 4), waarin onderscheid wordt gemaakt in de open te stellen categorieën, de hoogte van de bijbehorende bedragen en de subsidie-intensiteit (in € per ton CO2). Het grootste verschil met de voormalige stimuleringsregeling is dat er naast hernieuwbare energietechnieken ook andere CO2-reducerende technieken gestimuleerd worden, waarmee een flink aantal nieuwe categorieën in de SDE++ is opgenomen. De industrie kan bijvoorbeeld verduurzamen middels CCS, warmtepompen, elektrische boilers en restwarmte. Voor glastuinbouw is bijvoorbeeld de optie daglichtkas opengesteld. Als u een SDE++-subsidiebeschikking ontvangt, wordt de subsidie toegekend over een periode van 12 tot 15 jaar, afhankelijk van de techniek.

4. ODE Belasting (Opslag Duurzame Energie) in 2021

ODE belasting BMD AdviesUit de Miljoenennota blijkt dat de Opslag Duurzame Energie (ODE) tarieven, maar ook de Energie Belasting (EB), de komende 2 jaar verder zullen stijgen. Ondanks alle protesten vanuit de sector is er toch geen rectificatie gekomen.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat heeft op 15 september 2020 het wetsvoorstel Wijziging Wet opslag duurzame energie- en klimaattransitie in verband met de vaststelling van tarieven voor de jaren 2021 en 2022 bij de Tweede Kamer ingediend. Hiernaast geeft het kabinet wel aan dat er sectorspecifieke regelingen komen ter compensatie van de stijging van ODE en EB en zo tegemoet willen komen aan de energiekosten. Hiervoor zal samenwerking met de sector worden gezocht.

De tarieven, voor zowel elektriciteit als aardgas, zullen de komende twee jaren in bijna alle tariefschijven stijgen. Alleen voor grootverbruikers van elektriciteit (tariefschijf 4) stijgt de ODE komend jaar niet. Voor 2022 is de stijging reeds in het wetsvoorstel opgenomen. Het kabinet geeft hierbij wel aan dat deze nog gewijzigd kunnen worden indien noodzakelijk.

Zodra de definitieve cijfers bekend zijn, communiceren wij deze aan u.

5. Belangrijkste maatregelen Prinsjesdag

prinsjesdag 2020Doordat het klimaat verandert, krijgen we ook in Nederland steeds vaker te maken met extreme weersomstandigheden. De komende jaren investeert het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat € 200 miljoen voor aanpassingen om met de gevolgen van extreem weer om te gaan. Bijvoorbeeld piekbuien, droogte en wateroverlast.
Met het geld wil het kabinet zorgen voor veilig drinkwater en zorgen dat gewassen en de natuur beter tegen extreem weer kunnen. Dit doet het Rijk samen met gemeenten, waterschappen en provincies.

Stikstof aanpakken, natuurherstel en natuurbescherming

Vanaf 2021 komt er ieder jaar meer geld voor de aanpak van het stikstofprobleem. Te veel stikstofneerslag is slecht voor de natuur. Die stikstof komt bijvoorbeeld van het verkeer en uit de landbouw. Tot 2030 is ieder jaar extra geld beschikbaar. Dit loopt op tot € 300 miljoen.

Dit geld is voor herstel van de natuur en ontwikkeling van nieuwe natuur. Ook wil het kabinet meer aandacht voor de natuur in de stad, bij de bouw en in de landbouw. Daarover heeft het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit afspraken gemaakt met de provincies. De afspraken staan in het programma Natuur.
Ook is er in 2021 eenmalig € 125 miljoen voor natuurherstel. Organisaties die de natuur beheren vragen dit geld aan als zij een goed idee hebben. Bijvoorbeeld om hun terrein beter weerbaar te maken tegen stikstof door het waterpeil te verhogen. Natuurorganisaties kunnen ook stukken land kopen die tussen verschillende natuurgebieden in liggen. Zodat grotere natuurgebieden ontstaan die aan elkaar vast zitten. Het geld komt uit de Begrotingsreserve Stikstof.

Uitstoot broeikasgassen en andere energieprojecten

Het kabinet stelt tot en met 2030 jaarlijks € 300 miljoen beschikbaar om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Dat moet volgens het Klimaatakkoord in 2030 49% minder zijn dan in 1990. Een deel van het geld wil het kabinet investeren in verduurzamingsmaatregelen in de industrie. In totaal is voor innovatie, pilots en demoprojecten € 60 miljoen beschikbaar.

Het kabinet werkt door aan de maatregelen om de CO2-uitstoot terug te dringen, ook tijdens de coronacrisis. Dat is nodig omdat de rechtbank aan het kabinet heeft opgelegd de CO2-uitstoot terug te dringen (Urgenda-uitspraak). Er komt bijvoorbeeld een maximale grens voor CO2-uitstoot voor kolencentrales. Bedrijven in de industrie gaan vanaf komend jaar een CO2-heffing betalen als zij teveel uitstoten. De heffing zit zo in elkaar dat het reductiedoel in 2030 gehaald wordt. En dat bedrijven nog steeds met het buitenland kunnen concurreren.

Het doel is om de uitstoot van broeikasgassen te reduceren met 49% in 2030 (ten opzichte van 1990) op een manier die voor iedereen haalbaar en betaalbaar is. Eind 2020 komen er weer subsidies voor duurzame energieproductie (Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie, SDE++). Ook voor CO2-reducerende technologieën kunnen bedrijven en instellingen dan subsidie krijgen. Bijvoorbeeld het gebruik van een waterpomp of installatie voor aardwarmte.

Er komt € 150 miljoen extra beschikbaar voor de Regeling Reductie Energieverbruik. Daarmee krijgen huiseigenaren via de gemeente compensatie voor bijvoorbeeld LED-lampen of een juiste afstelling van hun verwarmingsinstallaties. Ook huurders en mkb-bedrijven kunnen deze regeling gebruiken.