Het einde van MJA3 betekent niet dat je achterover kunt leunen

Het einde van MJA3 

Eind dit jaar komt er een einde aan het MJA3 convenant, de Meerjarenafspraken energie-efficiency. Hoewel bedrijven die zich hieraan verbonden hebben dan nog één keer de jaarlijkse rapportage moeten indienen, zal het daarna toch wel even wennen zijn. De MJA is toch voor veel bedrijven jarenlang een flinke stok achter de deur geweest om de energieprestaties te blijven verbeteren.

Ingehaald door Europese Energie Efficiency richtlijn (EED)

MAJ3 MEE BMD zuidMJA3 is min of meer ingehaald door recentere wet- en regelgeving die handen en voeten geeft aan energie-efficiency voor alle bedrijven. Denk daarbij aan de Informatieplicht energiebesparing en de Europese Energie Efficiency richtlijn (EED) . Verreweg de meeste MJA-bedrijven zullen onder deze laatste richtlijn vallen. Zij beschikken over een Omgevingsvergunning, waarin specifieke voorschriften met betrekking tot energiebesparing zijn vastgelegd. Ook de rapportageverplichting blijft voor deze bedrijven overeind: zij hebben een auditplicht en moeten volgens de EED elke vier jaar een uitgebreid energiebesparingsonderzoek uitvoeren en een plan van aanpak indienen .

Begin energietransitie

Het einde van de MJA3 betekent dus zeker niet dat bedrijven nu achterover kunnen leunen. Sterker nog, we staan nog maar aan het begin van de energietransitie, er wordt daarom juist van bedrijven gevraagd om nog een stap verder te gaan. Gestructureerd aandacht geven aan energie-efficiency kun je op verschillende manieren borgen. Veel MJA-bedrijven beschikken over een managementsysteem volgens ISO 14001. Hier is eenvoudig een paragraaf met betrekking tot CO2-reductiemanagement aan toe te voegen, waarmee je het energiemanagement monitort en de verbeteringscyclus gaande houdt. ISO 50001 gaat nog een stap verder. Dit systeem is specifiek gericht op het beheersen en minimaliseren van het energieverbruik. Het voordeel van ISO 50001 is dat toch de EED Energie-auditplicht vervalt omdat er een jaarlijkse directiebeoordeling moet plaatsvinden.

Resultaatsverplichting

Welke vorm je ook kiest, er is altijd sprake van een resultaatsverplichting. Of je de doelstelling haalt, wordt alleen maar inzichtelijk door te meten en te monitoren. Door relevante data te verzamelen, kan het gemiddelde verbruik worden berekend en worden afwijkingen direct zichtbaar. Gelukkig kijken bedrijven hierbij niet meer alleen naar het eindverbruik, maar komen ook de deelstromen steeds beter in kaart. Deze laten direct zien waar de energieslurpers in het bedrijf zitten en op welke manier installaties het meest energie-efficiënt draaien. Daarnaast zijn processen met elkaar te vergelijken. Een uitkomst kan dan zomaar zijn dat het efficiënter is om een product niet op productielijn A te produceren, maar op productielijn B.

Monitoring

Monitoring laat ook zien of er misschien een fout in de productie is gemaakt, waardoor het energieverbruik steeg. Is er sprake van energieverspillend gedrag? Met energiemonitoring haal je het boven water en kun je bijsturen. Energie verbruik je niet alleen in de primaire processen. Vergeet daarom niet om naar de facilitaire processen te kijken: verlichting is vaak een substantieel deel van het energieverbruik, terwijl dat verbruik relatief eenvoudig kan worden verlaagd. Ook blijken instellingen van verwarming, perslucht, koelingen en luchtbehandelingen door uitbreidingen of wijzigingen in bedrijfsvoering niet altijd meer energie-efficiënt te zijn.

Kortom: MJA3 loopt dan wel op zijn einde, de energietransitie staat nog maar aan het begin! Door te meten, te monitoren en data te verzamelen, is aantoonbaar te maken waar er nog een efficiencyslag te maken is.

Henk Krols 06 52015555 partner en adviseur bij BMD Advies, de fullservice QHSE partner voor bedrijven.