Adembescherming: hier moet u op letten

Dampen, gassen, fijnstof, ultrafijnstof en vezels: op een werkplek kan de lucht gevaarlijke stoffen, een explosief mengsel, te weinig of juist te veel zuurstof bevatten. Adembescherming maakt het mogelijk om lucht in te ademen die vrij is van gevaarlijke stoffen. Het is niet eenvoudig om voor de juiste bescherming te kiezen: adembescherming moet niet alleen afgestemd worden op de specifieke situatie, maar moet ook op de juiste wijze gebruikt en behandeld worden, wil de bescherming niet verloren gaan.

Wanneer is adembescherming nodig?

Of adembescherming nodig is, zal blijken uit de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) van bedrijven. Zoals voor alle persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) geldt, moet ook bij adembescherming de arbeidshygiënische strategie gevolgd worden. Pas wanneer er geen of onvoldoende bronmaatregelen getroffen kunnen worden die de medewerkers beschermen, mag de werkgever adembescherming voorschrijven.

Welke vorm van bescherming dat moet zijn, hangt af van de specifieke situatie en de aard van de blootstelling. Betreft het blootstelling aan schadelijke dampen of gassen of gaat het om bescherming tegen stof of fijnstof? Wat is het risico van deze stoffen? Is er een grenswaarde vastgesteld? Hoe lang duurt de blootstelling? Ook moet gekeken worden naar de fysieke gesteldheid van de betreffende medewerker zelf, in sommige gevallen kan om medische reden een hoger protectieniveau nodig zijn.

Bewust gebruiken

Ook de pasvorm is belangrijk. Immers, wanneer deze niet goed is, kan dat niet alleen consequenties hebben voor de veiligheid van het middel zelf; als de adembescherming niet lekker zit komt de werknemer eerder in de verleiding deze voortijdig af te doen.
Daarnaast is er voorlichting nodig over de goede toepassing van de adembescherming. Dat dat opgaat voor het gebruik is logisch, maar een medewerker moet ook weten hoe de adembescherming bewaard moet worden wanneer deze even niet gebruikt wordt. Wanneer bijvoorbeeld een masker met een koolstoffilter niet in de daarvoor geschikte voorziening bewaard wordt, verliest het masker de beschermende werking totaal. Adembescherming vraagt ook om specifiek onderhoud. Zo moeten gasfilters op tijd vervangen worden omdat ze een beperkte gebruiksduur hebben.

Lucht zuiveren, of zuivere lucht

Adembescherming kan op twee manieren toegepast worden: afhankelijk en onafhankelijk.
Bij afhankelijke adembescherming wordt de omgevingslucht gezuiverd met een filter. Filtermaskers kunnen beschermen tegen deeltjes, gassen of dampen of combinaties daarvan. Welk masker geschikt is, hangt dus af van de specifieke situatie. Ook een stofmasker dat beschermt tegen vaste stofdeeltjes, vezels, micro-organismen, nevels of aërosolen, is een voorbeeld van afhankelijke adembescherming.

Bij een onafhankelijke adembescherming ademt de gebruiker zuivere lucht in via een masker, helm, kap of pak. Onafhankelijke adembescherming moet gebruikt worden wanneer:

  • de lucht onvoldoende zuurstof bevat, of de kans bestaat dat het zuurstofgehalte afneemt;
  • er stoffen in de lucht zijn waardoor onafhankelijke adembescherming wettelijk verplicht is;
  • de aanwezige stof geen geschikte waarschuwingseigenschappen heeft;
  • de grenswaarde overschreden wordt.

Er zijn drie mogelijkheden: ademluchttoestellen, kringloopademtoestellen en aansluiting op het ademluchtleidingnet. Ook hier geldt uiteraard dat het toestel geschikt moet zijn voor de specifieke situatie en dat de gebruiker getraind is om met zo’n toestel te werken. Zo is een ademluchttoestel het veiligste beschermingsmiddel wanneer in zuurstofarme ruimtes wordt gewerkt. Nadeel is wel dat er slechts een beperkte tijd mee gewerkt mag worden. Een kringloopademtoestel wordt vaak gebruikt als vluchtmasker, zodat de gebruiker uit een noodsituatie kan ontsnappen. Deze vluchtmaskers mogen echter nooit worden toegepast als beschermingsmaatregel in dagelijkse situaties, en zelfs niet voor reddende acties worden ingezet.

Een lastige keuze

In dit artikel zijn verschillende aspecten van adembescherming in vogelvlucht belicht. De toepassing van adembeschermende middelen en andere PBM vereist echter gedegen onderzoek en specialistische kennis. Bij sommige bedrijven is het gebruik van PBM zelfs zo complex dat wij een speciale RI&E voor PBM uitvoeren. Bij deze PBM-RI&E kijken wij per functie welke risicovolle werkzaamheden worden uitgevoerd, welke maatregelen getroffen zijn, wat de restrisico’s zijn en welke PBM er nodig zijn. Hiermee weet elke medewerker waar hij of zij aan toe is.
Daarnaast is voorlichting en training belangrijk: voor diverse klanten verzorgen wij de voorlichtingsbijeenkomsten (toolbox meetings) en werkinstructies. Ook helpen wij u graag bij het opstellen van een jaarlijks trainingsprogramma per functiegroep.

Wilt u hier meer over weten, of hebt u vragen over bescherming tegen gevaarlijke stoffen in het algemeen? Neem dan contact op met één van onze arbospecialisten Pieter Diehl, Steffan Griep of Tim de Laat.

Bron: Arbo-online