Berekening externe veiligheid voor BioGas servicestation De Kock

Geschreven door Elise Kwakkebos op . Geplaatst in Ondernemers Uitgelicht

Oliehandel en servicestation De Kock in Oss werkt niet onder de vlag van grote oliemaatschappijen omdat directeuren Jos en Gerard de Kock de bedrijfsvoering in eigen hand willen houden en consumenten niet willen laten betalen voor reclame en hebbedingen. Daarmee kunnen zij ook inspelen op de vraag naar duurzamere brandstoffen. In 2009 werd een vergunning afgegeven voor de verkoop van bio-ethanol (E85), aardgas en biodiesel (B30). Aan de aansluiting op het aardgasnet zaten echter zoveel haken en ogen, dat De Kock zocht naar een alternatief. Dat is er, echter hiervoor moest de externe veiligheid door middel van een QRA opnieuw in kaart gebracht worden.

LBG goed alternatief voor aardgas
Het was de bedoeling dat tegelijkertijd met de verkoop van bio-ethanol en biodiesel klanten ook aardgas konden tanken bij De Kock. De vergunningen waren hiervoor al afgegeven. Financieel bleek dit echter nog niet zo eenvoudig: Jos de Kock: “Een aansluiting op het aardgasnet vergt een fikse investering. Het grote probleem is echter dat het moeilijk is in te schatten wat de inkoopkosten van het aardgas zijn. Je bent erg afhankelijk van vraag en aanbod. Eigenlijk weet je pas achteraf wat je moet afrekenen bij de gasboeren. Die onzekerheid gaan wij niet aan.”
De broers zochten naar andere mogelijkheden en vonden die in LBG (Liquefied BioGas). Het bedrijf Rolande uit Kaatsheuvel ontwikkelde hiervoor de techniek en kan de stations leveren. LBG bestaat voor 99% uit vloeibaar methaan afkomstig van bijvoorbeeld vuilstortplaatsen en is te gebruiken door hierop aangepaste vrachtwagens. Door middel van een verdamper kan de LBG omgezet worden naar Compressed BioGas (CBG), waarop ook personenauto’s en bestelbusjes kunnen rijden.

Externe veiligheid in kaart door QRA
Omdat De Kock beschikt over een LPG-station, valt het bedrijf onder Bevi, het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen. Deze bedrijven zijn verplicht de externe risico’s en veiligheid in kaart te brengen door middel van een QRA (Kwantitatieve Risico analyse). Voor de plannen rondom het BioGas was een wijzigingsvergunning Wet milieubeheer nodig en moest ook de QRA opnieuw uitgevoerd worden. Dat is het werk van specialisten. Hans Schut is één van de BMD-adviseurs die hiervoor zijn opgeleid en voerde de QRA uit.

Hans Schut: “Voor het uitvoeren van een QRA wordt het programma SAFETI-NL gebruikt. Gekeken wordt naar het plaatsgebonden risico, ofwel het risico van een bedrijfsactiviteit in de directe omgeving van de installatie. Kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten als woonhuizen, verzorgingsinstellingen, scholen, winkelcentra of bedrijfsgebouwen moeten buiten een bepaald risicocontour van de inrichting liggen. Daarnaast is het groepsrisico van belang. Dat is de kans per jaar dat een groep mensen dodelijk slachtoffer wordt van een ongeval. Hiervoor is een berekening van de personendichtheid in het invloedsgebied, dit is een ruim gebied rond de inrichting, nodig. Deze gegevens worden in een fN-curve geplaatst (frequentie x aantal slachtoffers). Valt de curve te hoog uit, dan mogen de plannen niet uitgevoerd worden.”

genjdekock-kl(1)

Om de risico’s te kunnen bepalen worden er ongevalscenario’s uitgewerkt (LOC: Loss of Containment). Het BEVI en REVI verwijzen daarvoor naar het handboek risicoberekening. In bepaalde gevallen, zoals voor de opslag en laden en lossen van LPG, is hierin een standaard scenario uitgewerkt. Hierbij mogen sommige onderdelen aangepast worden aan de specifieke situatie. Het opslaan, laden en lossen van LBG en de verdamper om LBG om te zetten naar CBG is echter zo nieuw dat er nog geen vaststaand scenario voor is. Hans Schut: “Op dat moment moet je allerlei scenario’s gaan combineren om tot een goede inschatting van de risico’s te komen. Je brengt daarbij de faalfrequentie in kaart: hoe lang is een tankauto aanwezig; wat is de tijdsduur dat een pomp in werking is; wat is de kans op een breuk van een vularm; een lek aan de pomp; et cetera. Per onderdeel worden alle denkbare ongevalscenario’s nauwkeurig uitgewerkt.”

De risicocontour die eerder was vastgesteld voor de LPG-installatie was leidend. De risico’s die de totale installatie voor LBG en CBG met zich meebrengen, mogen niet zodanig zijn dat de bestaande LPG-risicocontour, aan de kritische zijde van het bedrijf, overschreden wordt. Hans Schut: “Dat is een heel gereken. De Kock heeft een ruim terrein, waar ook een aantal loodsen staan. In eerste instantie hadden de broers een locatie op het oog die direct beschikbaar was. Dat lukte echter niet binnen de risicocontouren. Zij hebben toen besloten om de installatie aan de rand van het terrein te situeren, zo ver mogelijk van de bestaande bebouwing vandaan. Er moet wel een schuur voor wijken. Met die aanpassing zaten we net binnen de bestaande risicocontour. Om echter de externe veiligheid te optimaliseren, is er ook een technische concessie gedaan. Nu is in het plan een vularm opgenomen voor het laden en lossen, in plaats van de oorspronkelijke vulslang. Een vularm is veel steviger en veiliger, de faalfrequentie ligt dan ook veel lager. Nu zit de hele installatie ruim binnen de bestaande LPG-risicocontour.”

 

Overheidsbeleid gooit roet in eten
Belanghebbenden konden tot begin februari 2011 bezwaar indienen. Er kwam geen reactie, de vergunning is dus rechtsgeldig geworden. Echter op de vraag wanneer de eerste klanten verwacht worden voor deze biobrandstoffen, moeten de broers het antwoord nog schuldig blijven. Gerard de Kock: “We zijn met dit hele traject drie jaar bezig geweest. In die drie jaar is de accijns op het LBG van 3 naar 15 cent gegaan. De overheid steunt duurzame energie, maar dat is in de belastingen niet te zien. Daarom gaan wij die investering nu nog niet aan.”

Ook transportbedrijven zijn om deze reden terughoudend met investeringen voor LBG-vrachtwagens. Vrachtwagens rijden met LBG veel stiller en schoner. Transportbedrijven mogen daardoor gedurende ruimere tijden winkels bevoorraden. Voor deze sector is dat zo’n groot voordeel dat de investering wel terugverdiend kan worden. Echter voor veel andere bedrijven ligt dit met het huidige belastingbeleid veel lastiger. De broers wachten daarom op een andere ontwikkeling: “Wij willen in de toekomst LBG gaan leveren dat direct van de boerenbedrijven in de omgeving komt. Nu wordt mest en organisch afval van boeren vaak via een WKK omgezet naar stroom. Er zijn echter ontwikkelingen waarbij het BioGas bij boerenbedrijven direct omgezet wordt naar LBG. De verwachting is dat nog voor de zomer een testopstelling bij boeren opgezet wordt. Ook in onze regio hebben verschillende boeren interesse. De logistieke keten wordt hierdoor korter wat als het goed is een gunstig effect heeft op de prijs. ” En dan maar hopen dat overheidsbeleid niet opnieuw roet in het eten gooit.

BMD-Nieuwsbrief maart 2011